Posts tonen met het label elektrisch fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label elektrisch fietsen. Alle posts tonen

woensdag 31 december 2014

2014. Een bewogen jaar met... weinig beweging!



"2014 wordt mijn jaar", gilde ik eind 2013. 


Ik had de perfecte agenda, ik was helemaal voorbereid. Het liep alleen niet helemaal zoals ik het gepland had…



Het Lijf

"Ermee leren leven, mevrouw" 
"Stop met zoeken naar een oplossing, mevrouw, want die is er niet" 
"We weten wat u heeft, maar de wetenschap kan u op dit moment niet helpen" 
Zes maanden galmen de woorden van de prof uit het Instituut voor Tropische Geneeskunde dagelijks door mijn hoofd. Ik heb mijn best gedaan en heb heel hard geprobeerd om zijn raad op te volgen. Ik zocht niet meer naar oplossingen, was totaal gestopt met Het Dieet.  Zes maanden lang probeer ik dagelijks mezelf in te prenten dat mijn leven zoals het nu is permanent is en dat ik dat moet aanvaarden. De blogs van Lisanne en Annelies zijn hierbij een grote steun. Beide dames zijn al jaren ziek (veel erger dan ik!) en proberen er elke dag -ondanks hun beperkingen- het beste van te maken. (ironisch genoeg kregen beide dames in de loop van 2014 te horen dat ze de ziekte van Lyme hebben en momenteel vechten ze beiden hun keiharde strijd tegen die smerige ziekte).

En toch...

Begin april hoor ik toevallig een wielrenster op tv een vaag verhaal vertellen over haar genezing en ik spits onmiddellijk mijn oren. Iets in dat verhaal spreekt me aan. Een kort zoektocht op het internet leidt me naar een arts aan de andere kant van het land. Zou ik...? Natuurlijk! De dag nadien al bel ik de praktijk van Dokter D. en ik krijg een afspraak begin juli, drie maanden later. De ban op "het stoppen met zoeken" is geheven en de weken die volgen lees ik verschillende boeken over vermoeidheid en de mogelijke oorzaken daarvan.  Fysiek verandert er geen snars, maar de goesting keert terug.

Begin juli is het eindelijk zo ver. De dag vóór de afspraak google ik de wielrenster en stel tevreden vast dat ze opnieuw koerst. Het leven van een topsportster hoeft niet voor mij, maar mijn gewone leventje zie ik wel zitten!

Er volgt een gesprek, een onderzoek en een batterij testen. Begin augustus bespreekt Dokter D. de resultaten van alle testen en zijn behandelplan met ons. Het komt erop neer dat ik lijd aan post-virale vermoeidheid (bevestiging van ITG). Het Epstein-Barr-virus is nog steeds actief. Maar er zijn ook een aantal andere stoorzenders. Die stoorzenders zorgen ervoor dat Het Lijf het Epstein-Barr-virus niet kan overwinnen. Tegen EBV bestaan geen medicijnen, je lichaam moet dat zelf overwinnen. En dat wil Dokter D. doen door mijn afweersysteem op te krikken. Het afweersysteem opkrikken wil hij doen door de andere stoorzenders aan te pakken. Die stoorzenders nemen namelijk energie weg die mijn lichaam nodig heeft om het Epstein-Barr-virus op te ruimen (volg je nog?). Het behandelplan omvat injecties, het weglaten van o.a. kleurstoffen, bewaarmiddelen, smaakversterkers uit mijn voeding, extra voedingssupplementen en tien infusen. Ook beperk ik best de inname van suiker. (na enkele weken leer ik dat suiker een voedingsbodem is voor virussen en sindsdien was het iets gemakkelijker om de suiker te laten staan. Ik wil Epstein niet extra voeden!!) Na 90 dagen zou ik echt al veel beter moeten zijn. Negentig dagen, hmmm, ik begin te rekenen, da's half november... Misschien zou ik dan eindelijk terug aan het werk kunnen...? Mijne Ridder en ik zien het helemaal zitten en de komende weken en maanden doorkruisen we wekelijks (of vaker, soms dagelijks) het land, thuis volg ik het behandelplan tot op de letter, niets wordt aan het toeval overgelaten. 

En toch.

Toch blijft beterschap uit. Ik hoor hoopgevende verhalen in de wachtzaal bij andere patiënten van Dokter D., maar mijn verbetering laat op zich wachten. Half oktober opnieuw een reeks testen, half november de bespreking. Op papier is er duidelijk verbetering, aldus Dokter D, dat ik nog geen verbetering voel, komt nog voor bij patiënten. Met een aangepast behandelplan keren we terug naar huis. Het IS half november. De negentig dagen zijn om. Ik ben intussen ook een vol jaar thuis in ziekteverlof. Het Lijf is geen haar veranderd tegenover de start van de behandeling. Alhoewel... dat is niet helemaal waar... Ik ben quasi migraineloos, heb een superzachte, gave huid en heb het lichaamsgewicht van vóór mijn zwangerschappen... Leuk, maar niet hetgeen waarop we zaten te wachten. Hier en daar duiken bij mij wat twijfels op.


De ommekeer komt er begin december. Een collega gaat met pensioen en ik ga naar het werk om mee afscheid te nemen. Het wordt een bezoek van enkele uren waar ik zwaar moet van recupereren, fysiek èn mentaal. Ik schrik enorm van de inspanningen die het me kost om de trein te nemen, om door de lange gangen van het gebouw te lopen, om van het ene verdiep naar het andere te gaan, om ergens te staan wachten. Ik word keihard geconfronteerd met mijn beperkingen en besef dat ik eigenlijk geen vooruitgang heb geboekt. Qua onderzoeken en behandeling hebben we sinds juli al het equivalent van een mooie vliegreis-voor-vier in Het Lijf geïnvesteerd en Ik.Sta.Nergens. Door die paar uur op het werk te zijn, besef ik ook opnieuw wat ik mis. Ik mis het werk verdomme. Maanden bezig geweest om mezelf te vertellen "dat het nog zo slecht niet is thuis". Ik heb gelogen, keihard gelogen tegen mezelf. Van thuiszitten word ik niet gelukkig en aan het werk gaan lijkt nu verder weg dan ooit... Als ik na een paar dagen rusten al wat langer in een verticale positie kan verblijven en drie zinnen achter elkaar kan zeggen zonder in tranen uit te barsten, bel ik Dokter D. Zijn antwoorden op mijn vragen verrassen me. En niet in positieve zin. Ik heb het gevoel dat hij me maar wat wil sussen... Intussen doorkruis ik nog steeds trouw elke week het land voor een infuus, met mijn papa als chauffeur intussen. Ook thuis volg ik nog steeds het behandelplan tot de laatste komma. Toch is er twijfel in geslopen en half december breng ik een bezoekje aan de huisarts. Dokter D. beschouwde een knobbel op mijn rib als een gevolg van reuma en gaf er een aantal injecties in. De hypochonder in mij wou toch graag een second opinion voor die knobbel aangezien kanker nogal lelijk heeft huisgehouden in de familiestamboom. De huisarts beslist om wat fotootjes te laten nemen van de knobbel (geen kanker (oef!), geen reuma (ook oef!)) en samen overlopen we de resultaten van de testen die Dokter D. deed. De resultaten die ík meebracht, want ondanks mijn uitdrukkelijke vraag aan Dokter D. om mijn huisarts op de hoogte te houden, ontving deze laatste tot op heden alleen een kort berichtje met de bevestiging dat ik in behandeling was. Bon, de testresultaten dus. De huisarts deelt het enthousiasme over "de verbetering op papier" waarover Dokter D. het half november had, niet. We overlopen samen een aantal waarden en de twijfel die ik zelf al voelde, zie ik ook bij haar. Ik weet het niet meer. Enerzijds wil ik niet te vroeg opgeven, anderzijds wil ik ook geen tijd, geld en energie investeren in een behandeling die nergens toe leidt. Er volgen enkele piekerdagen.

De woensdag na het bezoek aan de huisarts doorkruisen mijn papa en ik opnieuw het land naar Dokter D. Het geplande infuus, het twintigste (en dus het dubbele van de tien die waren vooropgesteld) zal ik nooit krijgen. Ik uit opnieuw een aantal vragen en twijfels en krijg een behoorlijk van de pot gerukt antwoord. Ik breek. De teleurstelling is groot. Zoveel hoop, zoveel verwachtingen en nu word ik met een kluitje in het riet gestuurd. Een hoop kolkende emoties, maar tussen het sluiten van de deur van de dokterspraktijk en het openen van het portier van papa's auto staat mijn besluit eigenlijk al vast: ik stop.


Het Hoofd

Een van de beste dingen die me in 2014 overkwam, was De Bijzondere Ontmoeting. Ik leerde een dame kennen die al meer dan tien jaar mijn strijd strijdt, die ook ondanks alles wil gaan werken, die ook het sporten mist. En ze heeft een geweldig gevoel voor humor. Samen lachen we wat af met onze “galgenhumor”. Zaken vergeten en woorden verkeerd uitspreken als de vermoeidheid toeslaat bijvoorbeeld (iemand die het Allerheiligenziekenhuis weet liggen, misschien?). Ik kreeg en krijg van haar tips om ons leven zoals we het eigenlijk niet willen toch aangenamer te maken. We ontmoetten elkaar nog maar twee keer "in 't echt", maar er is een permanente sms-verbinding tussen ons. J., ik ben zo blij dat gij in mijn team zit!

Fysiek is er in 2014 niets veranderd, mentaal gelukkig wel. Ik heb nog rotdagen (gelukkig meer fysieke rotdagen dan mentale rotdagen), ik mis het werk, ik mis het sporten en ik mis een sociaal leven, maar ben er minder gefrustreerd over. De vechtlust is er nog, de boosheid is minder. Een absoluut positieve evolutie.



Beweging.

Beweging. De ontstaansreden van deze blog. 2014 zal niet meteen te boek staan als het meest actieve jaar, maar het is wel het jaar waarin ik me aangepast heb, denk ik. Ik geniet (eindelijk?) van het elektrisch fietsen en vind het niet meer minderwaardig. Wandelen is wandelen geworden en niet meer wandelen-omdat-lopen-niet-kan. Ik ging nauwelijks zwemmen in 2014, maar als ik in het water lag, zwom ik wel bewuster mijn vier lengtes. Ik probeerde Tai-Chi, helaas bleek een vol uur rechtstaan en bewegen geen haalbare kaart. Op een goeie dag ging ik ook eens mee ijsschaatsen met man en kinderen, die enkele rondjes op het ijs waren heerlijk! En, oh ja, ik heb ook nog geroeid dit jaar. Maar dat verhaal hebben jullie nog tegoed!



Blog.

De blog, tja… Ik heb ermee in de knoei gezeten. Ik  had zo weinig positiefs te vertellen en een hoopvol verhaal wou ik geven! Bovendien liet Het Lijf mij ook niet altijd toe om lang rechtop te zitten om aan de blog te schrijven. In juli postte ik nog een verslagje van begin april en toen viel ik stil. Dat stilvallen ging niet onopgemerkt, ik had blijkbaar trouwe lezers :-). Langzaamaan groeide in mijn hoofd het idee om de blog anders aan te pakken. Telkens een overzicht per maand, met foto’s en enkele puntjes die ik er uit licht. Leuker om te lezen, denk ik, en in ieder geval leuker om te schrijven! De volgende maanden zal ik nog wat verhalen van 2014 posten. Beter laat dan nooit, toch?




En nu?

Nu word het tijd om mijn eigen koers te varen. Voorlopig (!) geen behandelingen, maar ik pik wel wat mee van alles wat ik de voorbije drie jaar geprobeerd heb. Ja, drie jaar alweer, in de week tussen kerst en nieuwjaar 2011 werd ik ziek. Wat een doodgewone verkoudheid leek, was een virale infectie die een aantal processen in Het Lijf op gang bracht waar ik nu nog steeds hinder van ondervind. Dat is iets wat leerde ik van de prof van ITG. Dat mijn eigen lichaam het Epstein-Barr-virus moet overwinnen en dat ik daarvoor mijn afweersysteem moet opkrikken, dat leerde ik van Dokter D. We verschillen gedeeltelijk van mening over de manier waarop, maar dat gezonde, zuivere (geen E-nummers) voeding daar een belangrijk wapen bij is, staat ook voor mij buiten kijf. Hoe moeilijk het ook voor mij is, suiker blijft de vijand. Ik leerde het voor het eerst bij Christine Tobback en heb aan den lijve ondervonden wat het weglaten van suiker voor me kan doen. De meest zichtbare oorzaak-gevolg-actie is dat het weglaten van suiker automatisch wordt gevolgd door het wegvallen van migraine-aanvallen. Naast voeding, is ook beweging belangrijk. Het schema dat ik kreeg van de revalidatie-arts zal mijn leidraad zijn. In 2014 volgde het bewegen de golfbeweging van Het Lijf. In 2015 wil ik, ongeacht de golfbeweging van Het Lijf, van bewegen een constante maken. Naast de pijlers Voeding en Beweging is er een derde pijler die belangrijk blijft in mijn eigen koers: Rust. Ook slapen overdag, waar ik lang een ethisch probleem mee had (slapen als andere mensen werken, het idee!). Zo lang ik 's nachts kan slapen ondanks dat ik overdag slaap, heeft Het Lijf dat nodig, dat leerde ik dan weer van de huisarts. Van het ogenblik dat ik ’s nachts wakker lig, heb ik de dutjes niet meer nodig. Tot op heden zijn de dutjes helaas nog noodzakelijk… Wat de huisarts me ook al drie jaar lang op het hart drukt, is dat ik eerst mijn energie moet steken in mijn herstel, daarna in mijn huishouden en pas als er nadien nog energie overschiet, mag ik gaan werken. (Ik ben zelf nogal geneigd om de volgorde om te draaien: eerst werk, dan huishouden en als er nog iets overschiet, mijn herstel.) 


Voor 2015 heb ik maar één wens, één plan, één voornemen. Beter worden.






woensdag 9 april 2014

Alsof ik met blote voeten op een keienstrand loop...


Geen taxiritjes deze zaterdag! In de voormiddag neem ik de tijd om aan de blog te werken, normaal is dat iets voor de woensdagvoormiddag. Foto’s uitzoeken, tekst (her)schrijven, ik vind het wel tof om te doen.
In de namiddag sleur ik de logeerluchtmatras tot op het terras en nestel me in het zonnetje. Ik let er op dat ik niet op mijn zij lig. Vorig jaar was mijn gezicht na het eerste slaapje in de zon aan de ene kant vuurrood en aan de andere kant spierwit… Wat later trek ik het deken helemaal over me heen en vertoef in Dromenland. Geen idee hoe lang ik geslapen heb, maar het heeft deugd gedaan! Het volgende op het programma: Revalidatie 5.0. Ik ga voor een tienminutenwandelingetje vandaag, één van de twee korte lussen. Ik denk dat ik dit traject intussen bijna met mijn ogen dicht kan wandelen, hahaha. Het Prottende Paard heeft haar flatulentietalent trouwens opgegeven, ze is nu een gewoon prachtig boerenpaard zonder meer.
Voor de rest is het fysiek nog altijd afbetalen voor het eerste deel krokusvakantie. Gelukkig volgt het humeur niet!

We beginnen de zondag met een brunch. Buiten is het echt zomerweer, dus Mijne Ridder slaat aan het klussen. Hij gaat een tuinbed voor me maken, zo kan ik slapen in de buitenlucht! Hij is nog maar pas begonnen met schuren als we ontdekken dat de buren een tuinfeest hebben. Oepsie, het klussen zal moeten uitgesteld worden.
Mijne Ridder gaat dan maar samen met mij wandelen. Een half uur op de planning en dat is ook wat we doen. Het einde van de wandeling is opnieuw erg zwaar, ik kan het zelfs niet opbrengen om een praatje te maken met een van de buurmannen onderweg. Naar huis wil ik!



Maandag is opnieuw een zomerdag. Na de ochtendspits zet ik het wasrek buiten en hang de was op. Zoals in: ik zet zelf het wasrek buiten, draag zelf de wasmand boordevol zwaar nat wasgoed naar buiten en hang zelf de was op. Mijn normale ik zou er nooit bij stil gestaan hebben, maar de Epstein-Barr-versie van mezelf weet dit echt wel te appreciëren. Wassen, (achterstallige was) vouwen, wegleggen in de kasten, nog wat vakantiesporen opruimen in huis, ik vul er mijn voormiddag mee. Als een donderslag bij heldere hemel valt ineens het loden deken over mij en weet ik dat het tijd is voor een siësta. Maar ik heb tenminste het gevoel dat ik 'm verdien en kijk tevreden terug op mijn voormiddag.
Ik onderbreek het rusten voor mijn tienminutenwandeling en leg me opnieuw neer. Mag ik morgen nog zo'n voormiddag (of nog beter: een hele dag), aub? Ik heb nog wel wat huishoudelijke klussen die vragen om onder handen genomen te worden!

Al druk plannen gemaakt, maar als de wekker afloopt weet ik dat Het Lijf op dinsdag maar een schim is van gisteren.
Analyse van gisteren: dezelfde fout over and over again... Het ging goed, ik heb kweeniehoeveel kunnen doen, duizend keer de trappen op en af en... pas gerust op het moment dat ik hét voelde. Altijd diezelfde fout... In mijn verdediging: het is ook zo moeilijk om niet door te gaan als het dan eens goed gaat! Eindelijk eens mijn zin kunnen doen, me eindelijk eens nuttig voelen. Maar ik moet vooral onthouden: GISTEREN WAS EEN GOEDE DAG. (Tot kort na de middag dan.) Gelaten plof ik in de zetel. Of toch niet. Ik weet dat Het Lijf altijd het laatste woord heeft, maar nu even niet. Ik bijt op mijn tanden tot ik rond ben met afstoffen en laat me dan zelfvoldaan in de zetel zakken. Zo!
De rest van de dag ben ik natuurlijk geen cent meer waard. Ik sleep wel Het Lijf nog naar buiten voor de tienminutenwandeling, maar verder maak ik vooral kennis met Scandal, een reeks die ik terug vind op de Digibox.



Als ik 's morgens de eerste keer opsta, voel ik dat woensdag geen topdag is. Ik kruip terug mijn bed in en wordt wakker om 11 uur! Douchen, eten als Onze Jongste thuiskomt en op weg naar de naailes. Net als enkele weken terug besluit ik om tijdens de naailes in het nabijgelegen Provinciaal Domein te gaan wandelen. Het is heerlijk, zomers en op het bankje op het “eilandje” in het midden van de vijver is het zalig… Na de naailes naar huis en wat later opnieuw de auto in om de foto’s van de bewuste fotoshoot van Onze Jongste te gaan bekijken. De dag sluiten we af met een hapje in een eetcafé waar Mijne Ridder en ik in onze uitgangsjaren als eens plachten langs te gaan. Intussen ook gekend en goedgekeurd door onze kroost!

Over donderdag kan ik kort zijn: recupereren van woensdag natuurlijk! En beseffen dat ik alweer tegen diezelfde steen ben gestoten... Te veel (leuk) hooi op mijn (zwakke) vork...



Vastbesloten niet meer dezelfde fout te maken, start ik vrijdag met "preventief rusten".
Rond de middag ga ik langs een nabijgelegen supermarkt om wat broodnodige voorraad in te slaan. Dat verloopt prima, dus lijkt Het Lijf klaar voor het grotere werk: een grote, verdergelegen supermarkt waar ik ook een toestel voor herstelling zou moeten binnenbrengen. Ik kies een tijdstip na de middagrush en vóór de avondspits. Een goeie gok, want bij de dienst herstellingen is het direct aan mij. Jippie, zelfs nog tijd èn energie over om de winkel zelf binnen te gaan! Ik laad m'n kar vol, rijd in het drukke verkeer naar huis en laad de auto zelfs uit. Dan is mijn pijp uit, maar geen nood, ik kan wat rusten want buiten het avondeten staat er niets meer op de planning. Dacht ik... Mijne Ridder is onverwacht weg als ik ontdek dat de kleding voor de tweedehandsbeurs vanavond moet binnengeleverd worden. Rats vergeten! Bovendien moet ik Onze Jongste ophalen van de turnles met de fiets want... Mijne Ridder is op pad met de auto. Ik grijp de elektrische fiets en bedenk me dat ik hierdoor onverwacht toch mijn beweging heb gehad. Een meevallertje! Opvallend hierbij is dat mijn benen al verzuurd zijn op de heenrit. Vreemd. Mijn buurvrouw is zo lief om mij wat later met doos en al naar de tweedehandsbeurs te brengen. Heb ik al gezegd hoeveel geluk wij hebben met onze buren...?



Dat het gisteravond wat veel werd, voel ik zaterdagochtend natuurlijk. Ik sleep me weer voort met extra gewicht in armen en benen. Het is taxidag, dus "niet trunten", zoals ze in sommige streken zeggen.
Niet trunten dus. Gezinsleden worden afgezet en opgehaald, boeken, DVD'd en CD's worden ingeleverd in de bib, cola en snoep gekocht, onverkochte kledij tweedehandsmarkt opgehaald. Auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel. Tegen dat we thuis zijn, valt er met mij geen land meer te bezeilen. Ik ben zo onaangenaam dat ik mijn kinderen ervan verdenk mij mee tussen het croque-monsieur-machine te willen steken. Ik zou het hen niet eens kwalijk nemen… Ik ga vroeg slapen, hoor Mijne Ridder niet thuiskomen, niet naast mij liggen, helemaal niets.




Oh boy, oh boy... Als ik wakker word, is het nauwelijks te merken dat ik net meer dan tien uur heb geslapen. Ik geniet van de knapperig verse pistoleetjes waar Mijne Ridder voor gezorgd heeft, maar sleep me na het ontbijt met Het Lijf en al naar de zetel. Daar lig ik dan een uur of twee, instructies gevend aan Onze Jongste die haar koffer voor sportklassen aan het pakken is. Op het moment dat ik beslis haar te helpen, ga ik op zoek naar wat cola. Ik neem het laatste blikje uit de koelkast en wil de voorraad aanvullen. Na vier blikjes geef ik het op en sjok met mijn colablikje naar de tafel. De bedoeling was om wat te bekomen met die cola, maar ik voel me gewoon hoe langer hoe ellendiger. Ik zit daar een kwartiertje als Mijne Ridder van buiten naar binnen komt, de situatie inschat en me naar bed stuurt. Er gebeurt iets vreemds als ik me in bed neerleg, ik lijk wel verlamd, het voelt alsof ik een ton weeg en wegzak in de matras. Onze poes, die ongezien mee binnensloop in de slaapkamer, begint kabaal te maken omdat hij buiten wil. Ik kan het niet opbrengen om recht te staan... Gelukkig hoort onze Oudste het lawaai en laat hem vrij. En daar lig ik. Het Lijf dat duizend kilo weegt en mijn geest die als een jong veulen ronddartelt in mijn hoofd. Armen, benen, ogen wegen zwaar, maar taken en plannen razen door mijn hersenpan. Het duurt een hele tijd dat ik daar lig en voor het eerst sinds lang voel het enorm sterk alsof ik gegijzeld ben, gevangen in dat weerbarstige Lijf. Uiteindelijk valt de gedachtenmolen stil en gunt mijn geest Het Lijf de broodnodige slaap. Badend in het zweet word ik veel later wakker, mijn pyama plakt aan mijn klamme lichaam. Ik vloek, want dit betekent dat ik ook nog energie moet steken in douchen vooraleer ik aan die sportklassenkoffer kan beginnen...


Een onderzoek zonder en een optreden mét naweeën


Vandaag is het zo ver. Het onderzoek dat ik al een keer geannuleerd en ontelbare keren verplaatst heb. Niet dat ik bang ben voor het onderzoek, dat is iets van niets. Het probleem is de verdoving die bij het onderzoek hoort. En de onzekerheid over wat die verdoving met Het Lijf gaat doen. Maar omdat Het Lijf in grote lijnen zachtjes achteruit blijft boeren, hakte ik onlangs toch de knoop door en maakte de afspraak. Ik kom terecht op een kamer van vier, Mijne Ridder trouw aan mijn zijde. De twee dames die al terug zijn op de kamer voor het mijn beurt is, zijn bijzonder kwiek. De ene drinkt een kop koffie, springt haar bed uit, kleedt zich om en vertrekt. De andere dame zit met haar benen in de windels maar vertelt honderduit tegen man en dochter.
Als ik wakker word na mijn onderzoek, zijn de drie andere bedden leeg. We zijn drie uur verder en ik ben ook alleen maar wakker geworden omdat ik gewekt ben door de dokter die me informeert. Het onderzoek is goed verlopen en het resultaat is zoals het moet zijn. Daarvoor mogen ze me alle dagen wekken!



Dinsdag, de dag na het onderzoek ben ik verrassend fris. Ondanks de extra dosis verdoving die ze me gisteren moesten geven, ben ik helder in het hoofd vandaag. Ik had me voorbereid op een dag slapen, deze enorme meevaller geeft een boost aan mijn humeur. Nadat iedereen naar werk en school is, maak ik een lijstje van klusjes die ik op de lange baan schoof, kruip ik achter de pc en telefoon en tegen de middag ben ik een tevreden mens. De namiddag is een pak rustiger en breng ik hoofdzakelijk horizontaal door. Mijn bewegingsmoment van vandaag is van en naar school fietsen met de Sparta. En 's avonds vroeg bedje in.



Woensdag is de eerste dag dat ik het 15/15-systeem uittest. Ik ga nog steeds achteruit, langzaam, het is natuurlijk een evolutie die me niet zo zint. Tijdens De Bijzondere Ontmoeting van vorige donderdag leerde ik dat ik moet rusten vóór ik moe word. Concreet betekent dit starten met 15 minuten activiteit (bewegen, huishouden), gevolgd door 15 minuten  rusten. Na verloop van tijd zou ik verbetering voelen en kunnen opbouwen. Halfuurtje activiteit, kwartiertje rust en zo opbouwen tot een uur, twee uur. Vandaag start ik. Ik ken mezelf, dus ik zet mijn timer. Ik haal de wasmachine leeg, steek een nieuwe was in, hang de natte was op en begin de droge was op te plooien. Ondanks mijn gehaast, ben ik daar nog niet mee klaar als de timer afloopt. Hup, de zetel in, ook met de timer. Ik ben al helemaal opgefokt, lig te foeteren in de zetel, maar zet toch door. Een smsje naar mijn helplijn brengt verlichting. Na een week loopt het vlotter, verzekert J. me. Rond de middag volgt de (onvermijdelijke?) dip. De namiddag verloopt rustig en ik ga op tijd slapen.


Rustig voormiddagje om krachten te sparen want donderdagmiddag gaan Mijne Ridder en ik uit eten. Het is "onze" verjaardag. We genieten er met volle teugen van, het eten is lekker (mijn eerste asperges, mmmmm...) en het gezelschap fantastisch. We blijven als laatsten over en zien het keukenpersoneel zelfs aan tafel gaan!  Dat ik de rest van de dag nauwelijks de trap op kan, neem ik er met de glimlach bij. Of toch bijna.




"Ge hebt geen goede dag, hé?" Mijn papa kijkt me op vrijdag onderzoekend aan. "Hoezo?", vraag ik. "Ik zie het aan uw manier van bewegen en uw gezicht.", zegt hij. Zelfs met een kamerbrede glimlach kan ik mijn papa geen zand in zijn oogjes strooien! Ongelooflijk. Het is de enige die dwars door mij kijkt, die ziet wat ik niet zeg. De glimlach is nochtans niet fake, want ondanks dat weerbarstige lijf ben ik wel goed geluimd.
Kort na het openingsuur stap ik de supermarkt binnen. Ik heb nog getwijfeld om het Mijne Ridder te vragen, maar met een afspraak met een geïnteresseerde koper voor schoonpa's huis èn twee repetities van de kinderen zit het avondschema al ei-vol. Met mijn koffer vol boodschappen kom ik thuis, stop het hoogstnoodzakelijke in diepvries en koelkast, sleur mezelf de trap op en deponeer Het Lijf in de zetel. Zelfs te groggy om te lezen, de kijkkast brengt verstrooiing. Kort na de middag telefoon. Onze Oudste om te vragen waar ik blijf. Miljaar. Auto in, heen en weer, auto uit, zetel in. En daar blijf ik liggen tot het tijd is om Mijne Ridder op te halen voor de afspraak met de kandidaat-koper. Gelukkig neemt Mijne Ridder het stuur over, we rijden ons zelfs nog vast in een file door een ongeval. Het bezoek verloopt vlot, het koppel lijkt geïnteresseerd en we zijn benieuwd wat er uit de bus zal komen. De terugrit verloopt heel wat vlotter dan de heenrit, maar toch zijn we maar net op tijd thuis voor de eerste repetitie. Mijn Ridder speelt taxi, ik zorg voor avondeten en de meisjes eten wanneer ze thuis zijn. Ik hoop dat Het Lijf morgen wat beter mee wilt, want er staat een optreden in de muziekschool én een optreden van de turnclub op het programma...



Zaterdag, taxidag. Maar with a twist vandaag. In de voormiddag optreden van de muziekschool, 's avonds optreden van de turnclub. Onze Oudste zit midden in de examens, heeft dinsdag nog een hoofdvak, is sowieso een slechte slaper én het uur wijzigt vannacht, dus ik vond haar deelname aan het turnoptreden geen goed idee. Maar zoals het vaker gaat heeft mama de grootste mond en papa het laatste woord. Bijgevolg doet Onze Oudste wel mee aan het optreden maar gaat niet naar de tekenacademie. Een aangepast rittenschema dus.
In de voormiddag eerst Mijne Ridder wegbrengen, daarna naar het optreden van Onze Jongste gaan kijken. Voorlopig is het nog onmogelijk om op twee plaatsen tegelijkertijd te zijn, dus wordt Onze Oudste opgepikt door een vriendinnetje voor haar repetitie van de turnclub terwijl Onze Jongste en ik naar het muziekoptreden gaan.
Onze Jongste staat net klaar om het podium op te stappen, als ik bericht krijg van Onze Oudste dat ze haar sleutel vergeten is en dus niet binnen kan... Tja... Onmiddellijk na het optreden van Onze Jongste vertrekken we naar huis, wat ik nu ook niet zo verschrikkelijk vind want het geeft wat extra tijd om te rusten.
Na de middag bereid ik het avondeten voor in het 15/15-systeem. Gehakt bereiden en een paar ballekes rollen. Rust. Ballekes rollen en bakken. Rust. Ballekes rollen, bakken en een deel van de vaatwasser uitladen. Rust. Rest van de vaatwasser uitladen en keuken wat aan kant. Rust. Wennen, zo’n ritme.
De rest van het avondeten maak ik in één keer klaar zodat we tijdig kunnen eten en naar de sporthal vertrekken. Met z'n vieren tegelijk: de kinderen moeten er op tijd zijn om zich om te kleden, wij omdat we zeker willen zijn van een zitplaats...
Als we toekomen op de parking, schrik ik van de grote groep mensen voor de deur. Is dat de file...? Gelukkig voor ons zijn het ouders die nog van het laatste zonnetje willen genieten voor ze de donkere sporthal binnenstappen. Oef, we staan we niet als laatsten van een lange rij. Integendeel. We kochten geen kaarten in voorverkoop (heb ik al gezegd dat ik "af en toe" iets vergeet...?) en gaan onmiddellijk naar binnen in de hoop nog tickets te kunnen veroveren. De glazen deur is dicht, maar gelukkig zie ik twee dames aan een geïmproviseerde kassa zitten. Oef! Toch moeten we nog even wachten. Rechtstaand wachten. Ik vloek binnensmonds omdat ik zo ijdel geweest ben hakken te kiezen. Vraagt -op slechte dagen- zoveel meer energie dan platte schoenen! Uiteindelijk geraken we vlotjes binnen en kunnen we zelfs vooraan zitten. Met Mijne Ridder had ik afgesproken dat hij me naar huis zou brengen nadat onze twee dochters hebben opgetreden en hij terug zou komen voor het einde van de show. Een blik op het programma leert ons dat Onze Jongste in het eerste deel voor de pauze zit en Onze Oudste twee keer na de pauze. Ze zit ook in de allerlaatste act, vroeger naar huis gaan zit er voor mij niet in. Maar het is leuk en de avond vliegt voorbij. Halfweg het tweede deel begint Het Lijf te protesteren maar ik negeer het. Eens we thuis zijn, ben ik op. Het Lijf doet zeer, ik heb hoofdpijn en ben zo ver-schrik-ke-lijk misselijk. Ik eet wat zodat ik pijnstillers kan nemen en giet er cola achterna. Echt veel beter voel ik me niet. Fysiek dan. Mentaal wel want ik heb genoten van de kunsten van de kinderen. "Hebdegijgezienwatdatdiekan?!" en "Wistegijdatdiedakon?!" zullen mijn twee meest gebruikte zinnen van de avond geweest zijn!
 
Zondagochtend start mijn dag zoals ik 'm gisteravond eindigde: misselijk en met pijnstillers. Voor dag en dauw sta ik op en eet wat zodat mijn maag de dubbele dosis pijnstillers kan verdragen. Daar nog een cola achter tegen de misselijkheid en opnieuw bed in. Een paar uur later word ik wakker. Enfin, ik wel, maar Het Lijf niet. Alhoewel, ik ook niet helemaal. Ik denk dat ik maar de helft mee heb van wat mijn gezinsleden me in de loop van de dag proberen vertellen. Ik ben echt een wrak en onderga de dag. Misselijk, zwaar en met hoofdpijn.