Posts tonen met het label revalidatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label revalidatie. Alle posts tonen

donderdag 9 april 2015

Het is zo ver.



Eindelijk…  is het zo ver. Ik. Ga. Terug. Werken. Ben ik dan genezen? Bijlange niet! Ik ben tijdens mijn jaar ziekteverlof zelfs niet verbeterd. Maar ook niet verslechterd. Het is een golfbeweging maar in grote lijnen blijft mijn energiepeil stabiel. Op een laag niveau helaas, maar stabiel. Met die kennis kan ik wat, vind ik. Ik ben fysiek niet verbeterd, maar ik denk en hoop dat ik met mijn energie-emmertje wel verstandiger heb leren omgaan. De toekomst zal uitwijzen of ik mezelf juist inschat. Ik wil het proberen. Als het niet lukt, loop ik met mijn gezicht tegen de muur maar dan heb ik het tenminste geprobeerd.

Begin januari stel ik dé vraag die me al een tijdje bezig houdt aan de huisarts: “Ik ga niet meer genezen, hé?” Ze kijkt me aan. “Ik denk het niet,” zegt ze, “het duurt al te lang.” Drie jaar ben ik al ziek, meer dan een vol jaar thuis in ziekteverlof, zonder verbetering. Het antwoord is niet hetgene dat ik wilde horen, maar voelt wel correct aan. Het is ook de boodschap die de prof in het Instituut voor Tropische Geneeskunde me anderhalf jaar geleden heeft willen meegeven. Toen was ik er niet klaar voor, nu weet ik dat hij gelijk had. Het is een bevestiging van wat mijn intuïtie me vertelt. Nadat ik eerst eventjes de ogen uit mijn kop jank, overdenk ik mijn mogelijkheden. De situatie is zoals ze nu is en zo moet ik voort. Geen onmogelijke behandelingen meer, geen onrealistische hoop meer koesteren, mijn leven opbouwen op de situatie zoals ze nu is. En alert blijven voor eventuele oplossingen om mijn levenskwaliteit te verhogen. Dat wel. Uiteraard. 

Bij mijn leven opbouwen, daar hoort voor mij werken bij. Ik heb altijd graag gewerkt, mis mijn werk en mijn collega’s. En toegegeven, van een leven tussen vier muren word ik écht niet gelukkig. Voorzichtig zet ik de eerste stappen van mijn actieplan. Overdenken hoe ik het uit werken gaan praktisch ga aanpakken. Klein beginnen en hopelijk opbouwen. Polsen bij mijn baas of ik mag terugkomen. Geen probleem. Vragen aan mijn ouders of zij die eerste werkdag de kinderen willen opvangen. Met graagte. Afspraak bij de dokter inplannen. Drie muisklikken en het is gebeurd. Goed voor mezelf zorgen. Ik wandel, ik rust, ik eet

Dan komt J., de beste coach ever, met een geniale tip (een van haar zovele) op de proppen. Om Het Lijf klaar te maken om te gaan werken, moet ik het “trainen”, moet ik Het Lijf laten wennen aan het nieuwe ritme. Het idee is zo simpel als dat je het leest. De praktijk daarentegen… Vanaf dat moment neem ik me voor dat ik niet meer ga rusten vóór twee uur ’s middags. Twee uur zal zowat het tijdstip zijn dat ik zal thuiskomen op mijn werkdagen. Nadien kan ik slapen zodat ik terug een beetje mens ben tegen dat man en kinderen thuiskomen. De “training” blijkt balanceren op een slappe koord, maar meestal kan ik erop blijven staan. Natuurlijk tuimel ik er ook al wel ‘ns af. Zo ging ik ‘ns de stoere uithangen, besloot mijn namiddagrust over te slaan en spendeerde vervolgens de komende drieëneenhalve dag uitsluitend horizontaal. Wie niet horen wil… Het Lijf heeft uiteindelijk altijd het laatste woord. Dat leer ik nog alle dagen. Met vallen, blijven liggen en weer opstaan.

“Het Lijf heeft altijd het laatste woord” en “ik wil dolgraag gaan werken”. De combinatie van die twee zorgt ervoor dat ik het “gaan werken-actieplan” met fluwelen handschoentjes aanpak. Ik zal starten met twee halve dagen per week. Twee voormiddagen, 20%. Het lijkt niks en een tijd terug zou ik er minachtend mijn neus voor opgehaald hebben. Nu bekijk ik het anders. Twee halve dagen is meer dan ik nu heb en wat er eventueel nog extra zou bij komen, is nog meer winst. De twee voormiddagen worden ook gespreid over de week zodat ik tussen mijn twee werkdagen op adem kan komen. Voorzichtig en verstandig zijn de sleutelwoorden.



De huisarts staat gelukkig helemaal achter mijn “gaan werken-actieplan” en schrijft me een deeltijds voor. Mijn collega regelt de administratieve kant met de personeelsdienst en op Goede Vrijdag komt de controle-arts langs. Deze keer krijg ik een andere arts dan de vorige keren en deze man is zowaar zelfs goedgehumeurd. Hij luistert naar mijn verhaal, begrijpt waarom ik terug wil gaan werken en ondertekent het formulier. Hij zegt er zelfs bij dat hij me moedig vindt en wenst me succes. Ik sta paf. Goede Vrijdag is voor mij… een goede vrijdag!

woensdag 9 april 2014

Alsof ik met blote voeten op een keienstrand loop...


Geen taxiritjes deze zaterdag! In de voormiddag neem ik de tijd om aan de blog te werken, normaal is dat iets voor de woensdagvoormiddag. Foto’s uitzoeken, tekst (her)schrijven, ik vind het wel tof om te doen.
In de namiddag sleur ik de logeerluchtmatras tot op het terras en nestel me in het zonnetje. Ik let er op dat ik niet op mijn zij lig. Vorig jaar was mijn gezicht na het eerste slaapje in de zon aan de ene kant vuurrood en aan de andere kant spierwit… Wat later trek ik het deken helemaal over me heen en vertoef in Dromenland. Geen idee hoe lang ik geslapen heb, maar het heeft deugd gedaan! Het volgende op het programma: Revalidatie 5.0. Ik ga voor een tienminutenwandelingetje vandaag, één van de twee korte lussen. Ik denk dat ik dit traject intussen bijna met mijn ogen dicht kan wandelen, hahaha. Het Prottende Paard heeft haar flatulentietalent trouwens opgegeven, ze is nu een gewoon prachtig boerenpaard zonder meer.
Voor de rest is het fysiek nog altijd afbetalen voor het eerste deel krokusvakantie. Gelukkig volgt het humeur niet!

We beginnen de zondag met een brunch. Buiten is het echt zomerweer, dus Mijne Ridder slaat aan het klussen. Hij gaat een tuinbed voor me maken, zo kan ik slapen in de buitenlucht! Hij is nog maar pas begonnen met schuren als we ontdekken dat de buren een tuinfeest hebben. Oepsie, het klussen zal moeten uitgesteld worden.
Mijne Ridder gaat dan maar samen met mij wandelen. Een half uur op de planning en dat is ook wat we doen. Het einde van de wandeling is opnieuw erg zwaar, ik kan het zelfs niet opbrengen om een praatje te maken met een van de buurmannen onderweg. Naar huis wil ik!



Maandag is opnieuw een zomerdag. Na de ochtendspits zet ik het wasrek buiten en hang de was op. Zoals in: ik zet zelf het wasrek buiten, draag zelf de wasmand boordevol zwaar nat wasgoed naar buiten en hang zelf de was op. Mijn normale ik zou er nooit bij stil gestaan hebben, maar de Epstein-Barr-versie van mezelf weet dit echt wel te appreciëren. Wassen, (achterstallige was) vouwen, wegleggen in de kasten, nog wat vakantiesporen opruimen in huis, ik vul er mijn voormiddag mee. Als een donderslag bij heldere hemel valt ineens het loden deken over mij en weet ik dat het tijd is voor een siësta. Maar ik heb tenminste het gevoel dat ik 'm verdien en kijk tevreden terug op mijn voormiddag.
Ik onderbreek het rusten voor mijn tienminutenwandeling en leg me opnieuw neer. Mag ik morgen nog zo'n voormiddag (of nog beter: een hele dag), aub? Ik heb nog wel wat huishoudelijke klussen die vragen om onder handen genomen te worden!

Al druk plannen gemaakt, maar als de wekker afloopt weet ik dat Het Lijf op dinsdag maar een schim is van gisteren.
Analyse van gisteren: dezelfde fout over and over again... Het ging goed, ik heb kweeniehoeveel kunnen doen, duizend keer de trappen op en af en... pas gerust op het moment dat ik hét voelde. Altijd diezelfde fout... In mijn verdediging: het is ook zo moeilijk om niet door te gaan als het dan eens goed gaat! Eindelijk eens mijn zin kunnen doen, me eindelijk eens nuttig voelen. Maar ik moet vooral onthouden: GISTEREN WAS EEN GOEDE DAG. (Tot kort na de middag dan.) Gelaten plof ik in de zetel. Of toch niet. Ik weet dat Het Lijf altijd het laatste woord heeft, maar nu even niet. Ik bijt op mijn tanden tot ik rond ben met afstoffen en laat me dan zelfvoldaan in de zetel zakken. Zo!
De rest van de dag ben ik natuurlijk geen cent meer waard. Ik sleep wel Het Lijf nog naar buiten voor de tienminutenwandeling, maar verder maak ik vooral kennis met Scandal, een reeks die ik terug vind op de Digibox.



Als ik 's morgens de eerste keer opsta, voel ik dat woensdag geen topdag is. Ik kruip terug mijn bed in en wordt wakker om 11 uur! Douchen, eten als Onze Jongste thuiskomt en op weg naar de naailes. Net als enkele weken terug besluit ik om tijdens de naailes in het nabijgelegen Provinciaal Domein te gaan wandelen. Het is heerlijk, zomers en op het bankje op het “eilandje” in het midden van de vijver is het zalig… Na de naailes naar huis en wat later opnieuw de auto in om de foto’s van de bewuste fotoshoot van Onze Jongste te gaan bekijken. De dag sluiten we af met een hapje in een eetcafé waar Mijne Ridder en ik in onze uitgangsjaren als eens plachten langs te gaan. Intussen ook gekend en goedgekeurd door onze kroost!

Over donderdag kan ik kort zijn: recupereren van woensdag natuurlijk! En beseffen dat ik alweer tegen diezelfde steen ben gestoten... Te veel (leuk) hooi op mijn (zwakke) vork...



Vastbesloten niet meer dezelfde fout te maken, start ik vrijdag met "preventief rusten".
Rond de middag ga ik langs een nabijgelegen supermarkt om wat broodnodige voorraad in te slaan. Dat verloopt prima, dus lijkt Het Lijf klaar voor het grotere werk: een grote, verdergelegen supermarkt waar ik ook een toestel voor herstelling zou moeten binnenbrengen. Ik kies een tijdstip na de middagrush en vóór de avondspits. Een goeie gok, want bij de dienst herstellingen is het direct aan mij. Jippie, zelfs nog tijd èn energie over om de winkel zelf binnen te gaan! Ik laad m'n kar vol, rijd in het drukke verkeer naar huis en laad de auto zelfs uit. Dan is mijn pijp uit, maar geen nood, ik kan wat rusten want buiten het avondeten staat er niets meer op de planning. Dacht ik... Mijne Ridder is onverwacht weg als ik ontdek dat de kleding voor de tweedehandsbeurs vanavond moet binnengeleverd worden. Rats vergeten! Bovendien moet ik Onze Jongste ophalen van de turnles met de fiets want... Mijne Ridder is op pad met de auto. Ik grijp de elektrische fiets en bedenk me dat ik hierdoor onverwacht toch mijn beweging heb gehad. Een meevallertje! Opvallend hierbij is dat mijn benen al verzuurd zijn op de heenrit. Vreemd. Mijn buurvrouw is zo lief om mij wat later met doos en al naar de tweedehandsbeurs te brengen. Heb ik al gezegd hoeveel geluk wij hebben met onze buren...?



Dat het gisteravond wat veel werd, voel ik zaterdagochtend natuurlijk. Ik sleep me weer voort met extra gewicht in armen en benen. Het is taxidag, dus "niet trunten", zoals ze in sommige streken zeggen.
Niet trunten dus. Gezinsleden worden afgezet en opgehaald, boeken, DVD'd en CD's worden ingeleverd in de bib, cola en snoep gekocht, onverkochte kledij tweedehandsmarkt opgehaald. Auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel, auto, zetel. Tegen dat we thuis zijn, valt er met mij geen land meer te bezeilen. Ik ben zo onaangenaam dat ik mijn kinderen ervan verdenk mij mee tussen het croque-monsieur-machine te willen steken. Ik zou het hen niet eens kwalijk nemen… Ik ga vroeg slapen, hoor Mijne Ridder niet thuiskomen, niet naast mij liggen, helemaal niets.




Oh boy, oh boy... Als ik wakker word, is het nauwelijks te merken dat ik net meer dan tien uur heb geslapen. Ik geniet van de knapperig verse pistoleetjes waar Mijne Ridder voor gezorgd heeft, maar sleep me na het ontbijt met Het Lijf en al naar de zetel. Daar lig ik dan een uur of twee, instructies gevend aan Onze Jongste die haar koffer voor sportklassen aan het pakken is. Op het moment dat ik beslis haar te helpen, ga ik op zoek naar wat cola. Ik neem het laatste blikje uit de koelkast en wil de voorraad aanvullen. Na vier blikjes geef ik het op en sjok met mijn colablikje naar de tafel. De bedoeling was om wat te bekomen met die cola, maar ik voel me gewoon hoe langer hoe ellendiger. Ik zit daar een kwartiertje als Mijne Ridder van buiten naar binnen komt, de situatie inschat en me naar bed stuurt. Er gebeurt iets vreemds als ik me in bed neerleg, ik lijk wel verlamd, het voelt alsof ik een ton weeg en wegzak in de matras. Onze poes, die ongezien mee binnensloop in de slaapkamer, begint kabaal te maken omdat hij buiten wil. Ik kan het niet opbrengen om recht te staan... Gelukkig hoort onze Oudste het lawaai en laat hem vrij. En daar lig ik. Het Lijf dat duizend kilo weegt en mijn geest die als een jong veulen ronddartelt in mijn hoofd. Armen, benen, ogen wegen zwaar, maar taken en plannen razen door mijn hersenpan. Het duurt een hele tijd dat ik daar lig en voor het eerst sinds lang voel het enorm sterk alsof ik gegijzeld ben, gevangen in dat weerbarstige Lijf. Uiteindelijk valt de gedachtenmolen stil en gunt mijn geest Het Lijf de broodnodige slaap. Badend in het zweet word ik veel later wakker, mijn pyama plakt aan mijn klamme lichaam. Ik vloek, want dit betekent dat ik ook nog energie moet steken in douchen vooraleer ik aan die sportklassenkoffer kan beginnen...


Een onderzoek zonder en een optreden mét naweeën


Vandaag is het zo ver. Het onderzoek dat ik al een keer geannuleerd en ontelbare keren verplaatst heb. Niet dat ik bang ben voor het onderzoek, dat is iets van niets. Het probleem is de verdoving die bij het onderzoek hoort. En de onzekerheid over wat die verdoving met Het Lijf gaat doen. Maar omdat Het Lijf in grote lijnen zachtjes achteruit blijft boeren, hakte ik onlangs toch de knoop door en maakte de afspraak. Ik kom terecht op een kamer van vier, Mijne Ridder trouw aan mijn zijde. De twee dames die al terug zijn op de kamer voor het mijn beurt is, zijn bijzonder kwiek. De ene drinkt een kop koffie, springt haar bed uit, kleedt zich om en vertrekt. De andere dame zit met haar benen in de windels maar vertelt honderduit tegen man en dochter.
Als ik wakker word na mijn onderzoek, zijn de drie andere bedden leeg. We zijn drie uur verder en ik ben ook alleen maar wakker geworden omdat ik gewekt ben door de dokter die me informeert. Het onderzoek is goed verlopen en het resultaat is zoals het moet zijn. Daarvoor mogen ze me alle dagen wekken!



Dinsdag, de dag na het onderzoek ben ik verrassend fris. Ondanks de extra dosis verdoving die ze me gisteren moesten geven, ben ik helder in het hoofd vandaag. Ik had me voorbereid op een dag slapen, deze enorme meevaller geeft een boost aan mijn humeur. Nadat iedereen naar werk en school is, maak ik een lijstje van klusjes die ik op de lange baan schoof, kruip ik achter de pc en telefoon en tegen de middag ben ik een tevreden mens. De namiddag is een pak rustiger en breng ik hoofdzakelijk horizontaal door. Mijn bewegingsmoment van vandaag is van en naar school fietsen met de Sparta. En 's avonds vroeg bedje in.



Woensdag is de eerste dag dat ik het 15/15-systeem uittest. Ik ga nog steeds achteruit, langzaam, het is natuurlijk een evolutie die me niet zo zint. Tijdens De Bijzondere Ontmoeting van vorige donderdag leerde ik dat ik moet rusten vóór ik moe word. Concreet betekent dit starten met 15 minuten activiteit (bewegen, huishouden), gevolgd door 15 minuten  rusten. Na verloop van tijd zou ik verbetering voelen en kunnen opbouwen. Halfuurtje activiteit, kwartiertje rust en zo opbouwen tot een uur, twee uur. Vandaag start ik. Ik ken mezelf, dus ik zet mijn timer. Ik haal de wasmachine leeg, steek een nieuwe was in, hang de natte was op en begin de droge was op te plooien. Ondanks mijn gehaast, ben ik daar nog niet mee klaar als de timer afloopt. Hup, de zetel in, ook met de timer. Ik ben al helemaal opgefokt, lig te foeteren in de zetel, maar zet toch door. Een smsje naar mijn helplijn brengt verlichting. Na een week loopt het vlotter, verzekert J. me. Rond de middag volgt de (onvermijdelijke?) dip. De namiddag verloopt rustig en ik ga op tijd slapen.


Rustig voormiddagje om krachten te sparen want donderdagmiddag gaan Mijne Ridder en ik uit eten. Het is "onze" verjaardag. We genieten er met volle teugen van, het eten is lekker (mijn eerste asperges, mmmmm...) en het gezelschap fantastisch. We blijven als laatsten over en zien het keukenpersoneel zelfs aan tafel gaan!  Dat ik de rest van de dag nauwelijks de trap op kan, neem ik er met de glimlach bij. Of toch bijna.




"Ge hebt geen goede dag, hé?" Mijn papa kijkt me op vrijdag onderzoekend aan. "Hoezo?", vraag ik. "Ik zie het aan uw manier van bewegen en uw gezicht.", zegt hij. Zelfs met een kamerbrede glimlach kan ik mijn papa geen zand in zijn oogjes strooien! Ongelooflijk. Het is de enige die dwars door mij kijkt, die ziet wat ik niet zeg. De glimlach is nochtans niet fake, want ondanks dat weerbarstige lijf ben ik wel goed geluimd.
Kort na het openingsuur stap ik de supermarkt binnen. Ik heb nog getwijfeld om het Mijne Ridder te vragen, maar met een afspraak met een geïnteresseerde koper voor schoonpa's huis èn twee repetities van de kinderen zit het avondschema al ei-vol. Met mijn koffer vol boodschappen kom ik thuis, stop het hoogstnoodzakelijke in diepvries en koelkast, sleur mezelf de trap op en deponeer Het Lijf in de zetel. Zelfs te groggy om te lezen, de kijkkast brengt verstrooiing. Kort na de middag telefoon. Onze Oudste om te vragen waar ik blijf. Miljaar. Auto in, heen en weer, auto uit, zetel in. En daar blijf ik liggen tot het tijd is om Mijne Ridder op te halen voor de afspraak met de kandidaat-koper. Gelukkig neemt Mijne Ridder het stuur over, we rijden ons zelfs nog vast in een file door een ongeval. Het bezoek verloopt vlot, het koppel lijkt geïnteresseerd en we zijn benieuwd wat er uit de bus zal komen. De terugrit verloopt heel wat vlotter dan de heenrit, maar toch zijn we maar net op tijd thuis voor de eerste repetitie. Mijn Ridder speelt taxi, ik zorg voor avondeten en de meisjes eten wanneer ze thuis zijn. Ik hoop dat Het Lijf morgen wat beter mee wilt, want er staat een optreden in de muziekschool én een optreden van de turnclub op het programma...



Zaterdag, taxidag. Maar with a twist vandaag. In de voormiddag optreden van de muziekschool, 's avonds optreden van de turnclub. Onze Oudste zit midden in de examens, heeft dinsdag nog een hoofdvak, is sowieso een slechte slaper én het uur wijzigt vannacht, dus ik vond haar deelname aan het turnoptreden geen goed idee. Maar zoals het vaker gaat heeft mama de grootste mond en papa het laatste woord. Bijgevolg doet Onze Oudste wel mee aan het optreden maar gaat niet naar de tekenacademie. Een aangepast rittenschema dus.
In de voormiddag eerst Mijne Ridder wegbrengen, daarna naar het optreden van Onze Jongste gaan kijken. Voorlopig is het nog onmogelijk om op twee plaatsen tegelijkertijd te zijn, dus wordt Onze Oudste opgepikt door een vriendinnetje voor haar repetitie van de turnclub terwijl Onze Jongste en ik naar het muziekoptreden gaan.
Onze Jongste staat net klaar om het podium op te stappen, als ik bericht krijg van Onze Oudste dat ze haar sleutel vergeten is en dus niet binnen kan... Tja... Onmiddellijk na het optreden van Onze Jongste vertrekken we naar huis, wat ik nu ook niet zo verschrikkelijk vind want het geeft wat extra tijd om te rusten.
Na de middag bereid ik het avondeten voor in het 15/15-systeem. Gehakt bereiden en een paar ballekes rollen. Rust. Ballekes rollen en bakken. Rust. Ballekes rollen, bakken en een deel van de vaatwasser uitladen. Rust. Rest van de vaatwasser uitladen en keuken wat aan kant. Rust. Wennen, zo’n ritme.
De rest van het avondeten maak ik in één keer klaar zodat we tijdig kunnen eten en naar de sporthal vertrekken. Met z'n vieren tegelijk: de kinderen moeten er op tijd zijn om zich om te kleden, wij omdat we zeker willen zijn van een zitplaats...
Als we toekomen op de parking, schrik ik van de grote groep mensen voor de deur. Is dat de file...? Gelukkig voor ons zijn het ouders die nog van het laatste zonnetje willen genieten voor ze de donkere sporthal binnenstappen. Oef, we staan we niet als laatsten van een lange rij. Integendeel. We kochten geen kaarten in voorverkoop (heb ik al gezegd dat ik "af en toe" iets vergeet...?) en gaan onmiddellijk naar binnen in de hoop nog tickets te kunnen veroveren. De glazen deur is dicht, maar gelukkig zie ik twee dames aan een geïmproviseerde kassa zitten. Oef! Toch moeten we nog even wachten. Rechtstaand wachten. Ik vloek binnensmonds omdat ik zo ijdel geweest ben hakken te kiezen. Vraagt -op slechte dagen- zoveel meer energie dan platte schoenen! Uiteindelijk geraken we vlotjes binnen en kunnen we zelfs vooraan zitten. Met Mijne Ridder had ik afgesproken dat hij me naar huis zou brengen nadat onze twee dochters hebben opgetreden en hij terug zou komen voor het einde van de show. Een blik op het programma leert ons dat Onze Jongste in het eerste deel voor de pauze zit en Onze Oudste twee keer na de pauze. Ze zit ook in de allerlaatste act, vroeger naar huis gaan zit er voor mij niet in. Maar het is leuk en de avond vliegt voorbij. Halfweg het tweede deel begint Het Lijf te protesteren maar ik negeer het. Eens we thuis zijn, ben ik op. Het Lijf doet zeer, ik heb hoofdpijn en ben zo ver-schrik-ke-lijk misselijk. Ik eet wat zodat ik pijnstillers kan nemen en giet er cola achterna. Echt veel beter voel ik me niet. Fysiek dan. Mentaal wel want ik heb genoten van de kunsten van de kinderen. "Hebdegijgezienwatdatdiekan?!" en "Wistegijdatdiedakon?!" zullen mijn twee meest gebruikte zinnen van de avond geweest zijn!
 
Zondagochtend start mijn dag zoals ik 'm gisteravond eindigde: misselijk en met pijnstillers. Voor dag en dauw sta ik op en eet wat zodat mijn maag de dubbele dosis pijnstillers kan verdragen. Daar nog een cola achter tegen de misselijkheid en opnieuw bed in. Een paar uur later word ik wakker. Enfin, ik wel, maar Het Lijf niet. Alhoewel, ik ook niet helemaal. Ik denk dat ik maar de helft mee heb van wat mijn gezinsleden me in de loop van de dag proberen vertellen. Ik ben echt een wrak en onderga de dag. Misselijk, zwaar en met hoofdpijn.





woensdag 2 april 2014

Een Bijzondere Ontmoeting


Maandagochtend start in mineur. Op de brief van de sportklassen staat dat de bus om kwart voor negen vertrekt. Wij wonen op twee minuutjes autorijden van school, dus om halfnegen vertrekken we thuis (zodat ik zeker niet te lang zou moeten rechtstaan). Als we de school naderen, blijkt dat alle kinderen al op de bus zitten, wachtend op ons... Onze Jongste spurt met haar koffer en al naar de bus, terwijl ik haar bergop van ver nog niet kan bijbenen. Tegen dat ik aan de schoolpoort toekom, zit zij al hoog en droog op de bovenste verdieping van de dubbeldekbus. En zo gebeurt het dat mijn dochter een week op sportklassen vertrekt zonder dat ik haar die laatste zoen en knuffel heb kunnen geven. Ik ben er niet goed van...
Fysiek gaat het gelukkig beter dan gisteren. Het is geen topdag, maar ik ben blij dat ik zelf een was kan ophangen. Nog voor de middag krijg ik al een waarschuwing van Het Lijf en ik gehoorzaam. Horizontaal met dat Lijf!  Na de middag trek ik mijn wandelschoenen aan. Ik vertrek voor een korte wandeling, maar kan er uiteindelijk wel een lange van maken. Na de recupweek (die gedeeltelijk in het water viel) staat er deze week drie keer dertig minuten bewegen in het Revalidatieschema 5.0. Het is heerlijk buiten en ik kruis opvallend veel wandelaars. Dat is “veel” in de context van dit tijdstip op een werkdag, wel te verstaan.
‘s Avonds Wauters vs. Waes kijken. Ik beloofde een verslag in een brief aan Onze Jongste.

Na het schrijven en posten van het Wauters vs. Waes-verslag, doe ik iets voor mezelf dinsdagochtend: een tripje naar Ikea. Ik ga graag naar Ikea, het is niet ver van bij ons maar toch is het maanden geleden dat ik er nog eens kwam. Dat heeft dan weer eerder te maken met de fysieke conditie natuurlijk. Ook vandaag is geen topdag, maar omdat ik morgen niet met de kinderen met de auto moet rijden én kan rusten, durf ik het me veroorloven. Ik vind een parkeerplaatsje vlak bij de uitgang. Toppie! Handig voor straks! Ik sla het showroom gedeelte over en ga direct naar de markthal. Ik weet wat ik nodig heb, ik winkel doelbewust. Een uur later ben ik terug thuis. Mijn mooie poster heeft eindelijk een passende kader en ik knutsel twee lampjes in elkaar vooraleer ik de zetel in duik. Pompaf maar met een grote glimlach op mijn gezicht. Ik heb genoten van het winkelen, het knutselen én het resultaat! Alhoewel ik de hele namiddag in de zetel lag, alleen nog tien minuten wandelde en eten maakte, slaap ik nog ‘s avonds voor mijn hoofd het kussen raakt. Het is nog maar net negen uur.



Mijn woensdag start niet zo goed, toch overtuig ik mezelf om boodschappen te gaan doen.  Niet zo'n goed idee, maar dat had ik al wel kunnen weten. Als ik terug thuis kom, ben ik bekaf. Tot Onze Oudste thuiskomt, lig ik in de zetel, we eten samen en daarna ga ik slapen. Een uurtje later maakt ze me wakker, zoals ik haar gevraagd heb. Maar het duurt nog een uur met ettelijke keren indommelen en wakker schrikken eer ik kan opstaan! Ik geef mezelf in gedachten een trap onder mijn kont en trek mijn wandelschoenen aan. Ik vertrek met het idee dat ik alles tussen de tien minuten (het minimum) en de vijfendertig minuten (het maximum) mag wandelen volgens het revalidatieschema. Ik zal wel zien waar Het Lijf me leidt. Eerste stukje is tot bij het Prottende Paard (dat voor het eerst terug gas laat ontsnappen, hoera!). Daar moet ik kiezen: rechts is een tienminutenwandeling, links sowieso meer dan drie-, vierentwintig minuten. Ik voel me goed en kies links. Van het Prottende Paard naar de ezeltjes via het Hondendrolweggetje, geen dorpsgenoot die zal weten waarover ik het heb. Wat verder dan de ezeltjes, moet ik weer kiezen: als ik naar links ga, zal ik een dikke twintig minuten hebben gewandeld, rechtdoor ga ik voor meer dan vijfentwintig minuten. Ik kies rechtdoor en kom in een straatje waar ik al wéééken niet ben geweest. De wandeling verloopt verder prima, al ben ik blij dat ik thuis ben. Ik kijk op Movescount en zie dat ik bijna 2 kilometer heb gewandeld. Bijna twee kilometer, woehoew!

Donderdag sta ik al net zo "fris" op als gisteren. Ik breng de hele voormiddag in de zetel door, preventief rusten heet dat dan. 's Middags wandel ik naar de apotheek, bijlange geen tien minuten, maar meer beweging zal er niet inzitten vandaag. Ik heb namelijk afgesproken met een dame die ook kampt met vermoeidheid, maar er al langer mee geconfronteerd wordt. Ik pik haar op aan het station en we beginnen eigenlijk onmiddellijk te praten. Elkaar nog nooit gezien of gehoord, een echte blind date, maar het klikt. We blijven heel lang in de auto praten voor we eindelijk op een terras belanden. Wat ze zegt, is nieuw en herkenbaar, het is confronterend en bevestigend, ik leer vanalles bij en ik beaam wat ik hoor. Een heel pallet aan emoties, gedachten, ervaringen. Het is een ongelooflijk boeiend gesprek en ben heel blij dat ik deze stap heb gezet. Ik heb er een heldin bij. Het is een Bijzondere Ontmoeting die nog lang nazindert. Ik kreeg terug hoop en ook tonnen informatie. Bedankt, J.!
Na het gesprek rijd ik naar huis. Als ik thuiskom, voel ik hoe moe ik ben en leg me neer in de zetel. Een goeie twintig minuten later, belt Mijne Ridder om te vragen of ik hem kan komen halen. Het Lijf is niet zo gelukkig en ik blijf nog even liggen, waarop Onze Oudste vraagt of ik haar papa wel ga halen. Tja, normaal vertrek ik altijd onmiddellijk. Cola, sleutels en weg. Ik ben de eerste verkeerslichten al voorbij als ik besef dat ik puur op automatische piloot rijd. Meer nog, zelfs nu ik het besef, kan ik me niet concentreren. Wat later rijd ik vast in wegenwerken en ik maak rechtsomkeer. Ik heb al eerder met de wagen gereden als ik me moeilijk kon concentreren, maar nu moet ik dertig kilometer rijden waarbij een stuk autosnelweg èn in volle avondspits. In deze omstandigheden onverantwoord. Ik zet me aan de kant en bel Mijne Ridder. Zonder ongelukken geraak ik thuis waar ik direct in de zetel kruip. Dit was eng. Een goeie vriend brengt Mijne Ridder naar huis.

Het "auto-incident" van gisteren spookt door mijn hoofd op vrijdag, ik ben vooral geschrokken van mijn eigen kwetsbaarheid.
De uitstap van gisteren hangt ook in Het Lijf. Niet dat ik er spijt van heb, integendeel! Mijn enige activiteit is douchen, verder is het recupereren van gisteren en energie sparen voor de terugkomst van Onze Jongste.
Ik vertrek op tijd naar school zodat ik een parkeerplaatsje heb in de buurt van de schoolpoort en blijf nog een tijdje in de auto zitten. Ik heb goed gegokt, want als ik eindelijk naar de schoolpoort stap, komt de bus er net aan. Maar... We mogen onze kroost nog niet in onze armen sluiten, de kinderen mogen de bus pas af als alle bagage is uitgeladen. En daarvoor doen ze beroep op de ouders. Ik vind het énorm gênant, maar met zware valiezen sleuren op een fysiek zware dag als vandaag lijkt me geen goed idee. Ik schuifel wat ongemakkelijk naar achter en hoop dat ik onzichtbaar ben...
Gelukkig ben ik voor Onze Jongste niet onzichtbaar als ze de bus komt afgestormd. Welkom thuis, lieverd!



Deze zaterdag start onverwacht erg rustig. Onze Jongste is doodop van de sportklassen en ziet het niet zitten om naar de muziekles te gaan, Mijne Ridder wordt opgepikt, Onze Oudste is wat ziekjes en blijft tegen haar gewoonte in lang slapen. En zo komt het dat ik om negen uur 's ochtends een beetje verweesd aan de ontbijttafel zit. Geen taxiritten deze voormiddag. Niet dat ik er kwaad om ben!
Kort na de middag breng ik Onze Oudste weg en ga vlees halen voor het avondeten. Tot ik Onze Oudste terug ga halen, liggen Onze Jongste en ik samen in de zetel. Een unieke situatie!
Pas nadat iedereen veilig en wel thuis is, ga ik wandelen. Mijn energiepeil ligt erg laag, maar ik krijg weer meer last van mijn bekken door een tekort aan beweging. Het is ook altijd wat met Dat Lijf. Het wordt een rustige twintigminutenwandeling. Ondanks dat de wandeling voor een groot stuk langs de straten loopt, hoor ik in de verte koeien loeien, schappen blaten en kerkklokken luiden. Ik ontmoet nauwelijks auto's... Toch fijn om "op den buiten" te wonen!

Zondag wordt een lege dag. Ik ben nog altijd niet in vorm. Veel slapen, veel rusten.